Werkprocessen
Vanuit de drie Overijsselse rayons Noord West Overijssel, Salland en Twente worden dagelijks werkzaamheden gecoördineerd en uitgevoerd voor onder andere het beschikbaar houden van het assettype weg. Dagelijks beheer en onderhoud van wegen en verkeersmanagement worden tot uitdrukking gebracht in “goed gastheerschap”. De kaders voor het goed gastheerschap zijn te herleiden tot de bedrijfswaarden veiligheid en bereikbaarheid. De belangrijkste dagelijkse werkzaamheden zijn:
In beeld brengen van risico’s t.a.v. doorstroming en veiligheid, en ingrijpen bij verstoringen;
Functionele inspecties;
Input voor dagelijks beheer en onderhoud, groot onderhoud (van start tot oplevering) en meerjarenprogrammering;
Toezicht op het dagelijks onderhoud door derden;
Advies bij vergunningen en ontheffingen en toezicht op de uitvoering hiervan;
Afhandelen meldingen, klachten, calamiteiten;
Uitvoeren / aansturen van de gladheidbestrijding;
Inventariseren en afstemmen van wegwerkzaamheden;
Inrichten en uitvoeren van tactisch en operationeel verkeersmanagement en incidentmanagement;
Advies bij (verbeteringen van de) provinciale assets t.a.v. investeringsprojecten, groot onderhoud, dagelijks beheer en dagelijks op het gebied van veiligheid, doorstroming en omgevingsfactoren.
Handhaving Omgevingsverordening 2017
(bron: teamwerkplan WKVIB)
Procesbeschrijvingen dagelijkse werkzaamheden
In het kader van asset management en de normering ISO NEN 55001:2014 zijn dagelijkse werkzaamheden van de eenheid WK in procesbeschrijvingen opgenomen. Een aantal van deze processen beschrijven of ondersteunen de dagelijkse werkzaamheden langs, aan of op de weg en/ of de afwikkeling van het verkeer. In de volgende paragrafen worden de processen voor het dagelijks beheer en onderhoud en het wegverkeer kort uiteengezet. In de volgende paragrafen zijn de processen uit één gezet.
Functionele inspectie (vaar)wegen
Het resultaat van het proces is de rapportage (evt. herstellen) van algehele gesteldheid, afwijkingen en beheersmaatregelen van (vaar)wegen. Dit om risico’s voor aansprakelijkheidstelling door derden te bepreken en te beheersen.
Afhandelen meldingen
Het resultaat van dit proces is een afgehandelde melding met betrekking tot de provinciale infrastructuur.
Het document staat in Mavim. Het proces is op 03-02-2015 vastgesteld.
Het proces is onder constructie en er zal eerdaags een nieuwe versie van verschijnen.
Gladheidbestrijding
Het resultaat van dit proces is dat maatregelen zijn genomen en uitgevoerd om hinder door gladheid te beheersen en mogelijke schade te voorkomen.
Het document staat in Mavim. Het proces is op 16-12-2014 vastgesteld.
Uitvoeren dagelijks onderhoud
Het resultaat van dit proces is uitgevoerd dagelijks onderhoud aan de provinciale infrastructuur o.b.v. samengestelde programmering of geconstateerde afwijkingen aan assets.
Het document staat in Mavim. Het proces is op 16-12-2014 vastgesteld.
Afstemmen wegwerkzaamheden
Het resultaat van dit proces is een definitieve actuele kaart van werkzaamheden, nadat werkzaamheden zijn afgestemd binnen de provinciale organisatie en met wegbeheerders van zowel binnen als buiten de provincie.
Het document staat in Mavim. Het proces is op 03-03-2015 vastgesteld.
Ontheffingen
Het resultaat van dit proces is een positieve of negatieve beschikking op een aanvraag voor een ontheffing.
Het document staat in Mavim. Het proces is op 16-12-2014 vastgesteld.
Afwijkende verkeersmaatregelen CROW 96
Nog niet vastgesteld. Staat nog niet in AM docs
Handhaving Omgevingsverordening
Het resultaat van het proces is een afgedwongen naleving van de provinciale regelgeving met betrekking tot de provinciale infrastructuur, dan wel een dossier met betrekking tot de voortdurende overtreding.
Het document staat in Mavim. Het proces is op 03-03-2015 vastgesteld.
Verhalen gemaakte kosten
Gemaakte kosten van inzet, als gevolg van (opzettelijk) schade toebrengen aan eigendommen van de provincie of waarbij de schade veroorzaakt wordt door een motorvoertuig, zijn te verhalen bij de veroorzaker, de verzekeraar of het waarborgfonds. Van belang is om datgene wat er gedaan/ ondernomen of afgesproken is, naspeurbaar vast te leggen (melding, correspondentie en foto’s bij elkaar). Afspraak is dat degene die ter plaatse is geweest het schadedossier samenstelt in Squit XO. Het volledige dossier wordt na controle door de verantwoordelijk medewerker volgens het rayonwerkplan van het betreffende rayon, dat is vastgelegd in WK Docs, overgedragen aan de eenheid Bedrijfsvoering team Juridische Zaken (BVJZ). Dit team zorgt voor de aansprakelijkheidstelling van de veroorzaker of diens verzekering.
Het dossier in Squit XO ziet er als volgt uit:
Minimaal drie foto’s: één overzicht, één situatie, één detail. Meer verduidelijkende foto’s van de schade of veroorzaker (bijv. kenteken voertuig, indien aanwezig kenteken van aanhanger/ oplegger) zijn wenselijk;
Aangifte politie (ontvangst registratieformulier cq. nummer);
Factuur aannemer(s) (inzet veiligstellen, herstel);
Meldingsformulier. Dit meldingsformulier kan gegenereerd worden door middel van het programma Squit XO. Het meldingsformulier wordt opgeslagen met de benaming: [“Schaderijding of schadevaring”][datum, dd-mm-jjjj][wegnummer][”BEKEND”, “WBF” (Waarborgfonds) of “ONBEKEND”.
Voorbeeld: Schaderijding 01-04-2009 N34 10-10-2009 N331 ONBEKEND.
Regels bij het verhalen van schades zijn:
Registratienummer van de aangifte moet binnen 14 dagen na het incident in het EDO dossier;
Bij schades waarbij geen veroorzaker bekend is wordt altijd aangifte gedaan en het registratienummer opgevraagd.
Schades waarvan geen veroorzaker bekend is of de veroorzaker niet verzekerd is kan de veroorzaakte schade bij het waarborgfonds verhaald worden1;
Bij schades van € 5000 en hoger wordt BVJZ z.s.m. geïnformeerd;
Veroorzaker wordt door de eenheid BV, team JZ aansprakelijk gesteld o.g.v. art. 185 WVW (ongeval) of o.g.v. art. 6.173 BW (defect voertuig, bijv. oliespoor, bezitter van een auto is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door die auto, ook al is het niet zijn schuld);
Het verhalen van kosten wordt pas opgestart als er een inschatting is dat de gemaakte kosten boven de €250,- uit komen.
Beoordelen staat openbare weg
De openbare weg bestaat uit een weglichaam en de weguitrusting (artikel 6:174BW). Het weglichaam zijn die onderdelen die stabiliteit aan de weg geven. De weguitrusting bestaat uit die onderdelen die worden gebruikt voor het inrichten van de weg voor het verkeersgebruik (bebording, verlichting, VRI’s ed.). Er is sprake van een gebrek aan de weg als deze niet voldoet aan de eisen die men onder de gegeven omstandigheden aan deze weg mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een gebrek moeten alle relevante omstandigheden ter plaatse worden beoordeeld (CROW publicatie 185, Handboekaansprakelijkheid openbare ruimte, 2003:23). Een en ander staat beschreven in het proces Functionele inspectie (vaar)weg.
Met betrekking tot de functionele inspectie zijn de volgende aanvullende werkafspraken gemaakt mbt frequentie/ welke wegen:
Maandag: alle IM wegen incl. parallelwegen en fietspaden, indien mogelijk en de tijd het toelaat ook de aanrijdroute naar IM wegen mee inspecteren;
Dinsdag: alle nog niet geïnspecteerde wegen, parallelwegen, fietspaden en V 20;
Woensdag: diverse andere taken;
Donderdag: inspectie alle wegen;
Vrijdag: diverse andere taken.
In de werkgroep inspecteren (vaar)wegen is het volgende afgesproken m.b.t. bemensing voor de uitvoering van deze inspecties, gebaseerd op risico, kosten en kwaliteit;
De inspectie gebeurt door één rayoninspecteur, mits de veiligheid gewaarborgd is (zie afspraken rondom mobiel werken);
De bemensing van de gerichte inspectie openbare verlichting is afhankelijk van risicoafweging van de rayoninspecteur. Inspectie kan alleen gedaan worden, wanneer gewenst of veiliger mag er met twee inspecteurs geïnspecteerd worden.
De inspectie van vaarwegen wordt gedaan door twee personen. Vaarweg 20 (V20) het kanaal Almelo – Nordhorn, is een uitzondering op deze regel. De functionele inspectie kan door één rayoninspecteur uitgevoerd worden. De risico’s zijn minimaal; lage snelheid, efficiency (kosten) prestatie blijft gelijk. Afhankelijk van de taken langs de V 20 (bijvoorbeeld gerichte inspectie op illegale stort) kan het nodig zijn om de inspectie met twee personen te doen.
Op het moment dat er is vastgesteld dat er een gebrek is aan de openbare weg of dat één of meerdere bedrijfswaarden in het geding zijn, wordt dit gebrek geprioriteerd. De betreffende rayoninspecteur prioriteert het gebrek door het maken van een Prestatie, Kosten, Risico (PKR) analyse. De kaders voor deze PKR analyse zijn de bedrijfswaarden (zie hoofdstuk 1, Inleiding) van de eenheid WK. De prioriteiten welke gebruikt worden zijn:
direct herstel of inzet noodzakelijk;
direct herstel of inzet niet noodzakelijk maar wel binnen 3 dagen;
Herstel wordt gedaan middels een deelopdracht in dagelijks onderhoud. Herstel vindt plaats binnen een aantal maanden;
Herstel wordt gedaan in planmatig (groot) onderhoud. Herstel kan nog maanden tot één of meerdere jaren wachten.
Hoe te handelen bij calamiteiten
Het direct herstellen of een situatie waarbij direct herstel of inzet noodzakelijk is (prioriteit 1) wordt vaak een “calamiteit” genoemd. Onder een calamiteit wordt bij de eenheid Wegen en Kanalen van de provincie Overijssel het volgende verstaan:
Een ongewone of een niet-verwachte gebeurtenis;
met materiële en/ of vervolgschade;
waarbij de veiligheid, bereikbaarheid en doorstroming (vlotte en veilige doorstroming) van het verkeer wordt belemmerd;
welke direct een gevaar oplevert voor de leefbaarheid, imago of milieu.
Het is niet altijd mogelijk om een prioriteit 1 situatie zelf of alleen op te lossen. In zo’n situatie is er de mogelijkheid om hulp in te roepen van een collega of de calamiteitenaannemer. De beoordeling en het besluit om iets zelf te gaan doen of om hulp in te roepen van een calamiteitenaannemer of collega ligt bij de Rayoninspecteur Criteria voor het besluit om inzet bij te schakelen kunnen zijn:
Het niet tot zijn beschikking hebben van in te zetten middelen;
Het is te groot om zelf (of alleen) op te lossen;
ARBO;
Veiligheid.
Een interne afspraak is dat als een situatie beoordeeld2 wordt als een prioriteit 2, 3 of 4 niet met behulp van het calamiteitenbestek wordt opgelost. Immers, een calamiteit moet direct worden opgelost. Een situatie die niet direct opgelost hoeft te worden, is geen calamiteit. Te maken kosten mogen bij de beoordeling nooit zwaarder wegen dan de veiligheid van mens en dier.
Tot slot, een gebrek aan de openbare weg of dat er één of meerdere bedrijfswaarden in het geding is of zijn kan ook geconstateerd en gemeld worden door een niet provinciaal medewerker. Deze melding wordt aangenomen, geregistreerd en vervolgens behandeld volgens het proces meldingen. De uiteindelijke beoordeling van de urgentie van de melding wordt gedaan door een Rayoninspecteur. Voor het uitvoeren van de dagelijkse werkzaamheden worden afspraken gemaakt zodat zoveel als mogelijk uniform binnen het team WKVIB gewerkt wordt. Een aantal van deze afspraken zal in de volgende paragrafen worden uiteengezet.
Dienstauto
Voor de uitvoering van provinciale taken heeft de Provincie Overijssel (hierna de Provincie) de beschikking over een wagenpark. Het wagenpark wordt gebruikt door de medewerkers van de Provincie en de auto’s zijn bestemd voor strikt zakelijk gebruik. Privégebruik is derhalve niet toegestaan. In deze regeling wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën dienstauto’s, namelijk:
- Dienstauto’s buitendienst
- Dienstauto’s chauffeurs leden van Gedeputeerde Staten en Commissaris der Koning
- Deelauto’s.
In verband met een efficiënte en duurzame inzet van het wagenpark verplicht de Provincie medewerkers die een gezamenlijke eindbestemming hebben – voor zover dat redelijkerwijs kan worden verwacht – te carpoolen. Het is daarbij mogelijk dat de gebruiker moet omrijden om de andere medewerker(s) op te halen (thuis of vanaf een carpoolplaats).
Per categorie dienstauto wordt zo veel mogelijk duidelijk gemaakt welke reizen door de Provincie als zakelijk gebruik worden aangemerkt. Reisbewegingen die niet worden genoemd, worden in beginsel als privé aangemerkt en zijn om die reden niet toegestaan. Bij het opstellen van deze regeling is zo veel mogelijk uitgegaan van een goede balans tussen de eisen die het werk aan de verschillende typen gebruikers stelt, het welzijn en de autonomie van die gebruiker binnen het doel van de rit enerzijds en de eisen/wetgeving die de fiscus aan de Provincie stelt anderzijds. Onderdeel van de regeling is de bijlage waarin de toepasselijke definities zijn opgenomen (Bijlage 1).
Het gebruik van de dienstauto
In deze paragraaf wordt per type dienstauto verduidelijkt wat onder zakelijk en privé gebruik wordt verstaan.
Om zakelijk en privé-gebruik van elkaar te onderscheiden geven wij allereerst een omschrijving die zo goed mogelijk aangeeft wat voor alle categorieën dienstauto’s onder privé gebruik moet worden verstaan.
Onder privé gebruik wordt verstaan het gebruik van de auto voor andere dan zakelijke doeleinden. Dit impliceert dat de reden waarom de rit wordt gemaakt het uitgangspunt is. Als een rit een privé belang als doel heeft, wordt (in beginsel) de hele rit privé geacht. Heeft de rit een zakelijk uitgangspunt, dan is deze rit in beginsel zakelijk. In de praktijk is een dergelijke kwalificatie niet altijd eenvoudig te maken. In het geval van een gecombineerde rit kan het geheel nog lastiger worden.
Als sprake is van een combinatie van een zakelijke rit waarbij ook een privé belang wordt gediend, moet rekening worden gehouden met ‘omrijdkilometers’. Dit betekent dat de kilometers die voor privédoeleinden moeten worden omgereden als privé worden beschouwd en als zodanig moeten worden geadministreerd
Dienstauto’s buitendienst
Onder deze categorie vallen de auto’s die worden gebruikt door weginspecteurs, brugwachters, landmeters, monteurs, scheepvaartmeesters en medewerkers in vergelijkbare functies. De gebruikte modellen van auto’s zijn pick-up, bestelbus, bestelauto en personenauto(of een daarmee vergelijkbaar model), al dan niet met logo van de Provincie en/of veiligheidsstrepen.
Kenmerkend voor het gebruik van deze auto’s is dat deze aan een of meerdere (vaste) gebruikers ter beschikking zijn gesteld. Er zijn grofweg twee soorten gebruikers van de dienstauto buitendienst. In de eerste plaats is dat de gebruiker die de auto meeneemt naar de eigen woning. De zakelijke reis van de gebruiker begint bij vertrek vanuit het huisadres en eindigt bij thuiskomst. In de tweede plaats is dat de gebruiker die vanuit de woning met eigen vervoer naar een werkplek (standplaats, steunpunt, brug/sluis of anderszins) reist om van daaruit gebruik te maken van de dienstauto.. De onderstaande tabel is op beide situaties van toepassing.
Onder het zakelijk gebruik van de dienstauto zijn uitsluitend de volgende reisbewegingen begrepen:
- Woon- werkverkeer
- Zakelijke dienstreis vanaf de woning
- Alle kilometers in verband met de uitvoering van het werk, het opvolgen van meldingen, calamiteiten, inspecties en dergelijke
- Omrijden ivm files, wegopbrekingen e.d
- Omrijden in verband met de door de Provincie opgelegde verplichting tot carpoolen
- Extra rit naar huis voor calamiteiten, vergeten werkmateriaal en dergelijke
- Lunch en versnaperingen onderweg, aan de meest gebruikelijke route
- Sanitaire stop aan de route (voor de daarvoor benodigde tijd)
- Autogebruik voor privé-doeleinden tijdens wachtdienst (binnen redelijke afstand van de woonplaats)
- (privé) Calamiteiten tijdens werktijd
- Cursus, training, opleiding ihkv loopbaan
- Onderweg kinderen ophalen/ boodschap doen aan de meest gebruikelijke route
- Wasstraat, tankbeurt en garagerit (ook buiten kantooruren)
Indien om privéredenen wordt afgeweken van de meest gebruikelijke (zakelijke) route is sprake van omrijdkilometers die als privé-gebruik van de dienstauto worden gezien.
Deelauto’s
De provincie geeft medewerkers de mogelijkheid om een deelauto te gebruiken voor uitsluitend zakelijke doeleinden. Deze auto heeft geen vaste gebruiker; het gebruik staat open voor alle medewerkers ten behoeve van zakelijke dienstreizen. Tijdens openingstijden van het provinciehuis kan de medewerker de autosleutel ophalen en terugbrengen nadat hij/zij de auto heeft gereserveerd via Planon. Wanneer het niet mogelijk of niet efficiënt is om de auto op te halen en terug te brengen op dezelfde dag (omdat de dienstreis buiten de openingstijden begint of eindigt), neemt de medewerker de auto mee naar huis.
De Provincie verplicht medewerkers met gezamenlijke bestemming om gezamenlijk gebruik te maken van de deelauto.
Onder het zakelijk gebruik van de dienstauto zijn uitsluitend de volgende reisbewegingen begrepen:
- Woon-werkverkeer volgens meest gebruikelijke route
- Dienstreizen volgens meest gebruikelijke route
- Omrijden in verband met de door de Provincie opgelegde verplichting tot carpoolen
- Reizen door de Rayoncoordinator na oproepen in verband met calamiteiten
Privégebruik dienstauto's
Voor alle dienstauto’s van het wagenpark van de Provincie geldt dat privé-gebruik niet is toegestaan.
Privé-gebruik omvat alle reisbewegingen die niet in deze regeling als zakelijk benoemd zijn. Bij twijfel over het zakelijk karakter van een rit die niet specifiek genoemd is, overlegt de gebruiker met Frank Koerkamp.
Aan de hand van de elektronische rittenregistatie zal steekproefsgewijs een controle op het gebruik van de auto plaatsvinden. Indien naar aanleiding van de controle vragen rijzen, is de medewerker verplicht om het gebruik van de dienstauto toe te lichten en te specificeren. Van belang is dat de agenda en (bij de deelauto) de reserveringen van de medewerker corresponderen met de reizen en vijf jaar bewaard wordt.
Bij geconstateerd privé-gebruik volgt een officiële waarschuwing en bij elk volgend geconstateerd privé-gebruik een boete van € 1 per kilometer en € 300 per keer. Deze boete moet vanuit fiscaal wettelijk oogpunt vergelijkbaar zijn met kosten van de bijtelling van de auto’s en wordt ingehouden op het nettoloon.
Rittenregistratie
De Provincie heeft in alle dienstauto’s een systeem voor elektronische rittenregistratie geïnstalleerd. Deze black box houdt alle afgelegde ritten elektronisch bij, waardoor een sluitende kilometeradministratie wordt gevoerd. De Provincie heeft een verbod op privégebruik ingesteld. Dit verbod vereist controle om te voldoen aan de bewijslast die op de Provincie rust op grond van de Wet op de loonbelasting. In bijlage 2 is het beleid rondom steekproeven en controles opgenomen.
Verwerking van persoonsgegevens
Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming is een elektronische rittenregistratie een personeelsvolgsysteem. Omdat medewerkers ook in de werksituatie privacyrechten hebben, stelt de wet grenzen aan het gebruik. In dit protocol is vastgelegd op welke wijze de Provincie gebruik maakt van de gegevens uit het Black-box systeem en hoe de privacy van medewerkers is gewaarborgd.
De verwerking van persoonsgegevens inzake het gebruik van de dienstauto heeft de volgende doeleinden:
- het verkrijgen van inzicht in de mate van zakelijk dan wel privégebruik van de dienstauto teneinde het door de Provincie opgelegde verbod op privégebruik te kunnen handhaven;
- het voorkomen van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de dienstauto;
- rijgedrag in verband met bijvoorbeeld duurzaamheid en snelheid;
- het verkrijgen van inzicht in het brandstofverbruik van de dienstauto.
Controle op het gebruik van de dienstauto’s vindt steekproefsgewijs plaats in het kader van de hiervoor genoemde doeleinden. De controle is in eerste instantie beperkt tot de gegevens uit de rittenregistratie, eventueel in combinatie met bijvoorbeeld het werktijdrooster, werkagenda en reserveringsdata in Planon en meldingenregistratie. Wanneer het zakelijk karakter van een rit niet onmiddellijk duidelijk is, kan aan de gebruiker om een toelichting en een specificatie worden gevraagd.
Persoonsgegevens, in relatie tot de rittenregistratie, behoren tot de loonadministratie en worden conform de richtlijnen van de belastingdienst bewaard. Gegevens die ouder zijn dan in deze richtlijnen is aangegeven worden automatisch verwijderd, tenzij er bijzondere redenen zijn om de gegevens langer te bewaren, d.w.z. zoveel langer als nodig is om het onderzoek en eventuele (juridische) procedures die betrekking hebben op dat onderzoek af te ronden.
De gebruiker van de dienstauto heeft toegang tot de gegevens die in het rittenregistratiesysteem zijn vastgelegd. Wanneer daar aanleiding toe is, kan de gebruiker verzoeken bij de functionaris voor gegevensbescherming zijn persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.
Attentieverlichting
Voor het gebruik van de gele attentieverlichting en het Dynamisch Route Informatie Paneel (DRIP) op de auto heeft Rijkswaterstaat een publicatie gemaakt
(https://www.incidentmanagement.nl/Portals/0/Documenten/Gebruik%20Gele%2…). Deze publicatie is echter sterk gericht op het werken op autosnelwegen en bij incidenten maar toepasbaar op de provinciale niet autosnelwegen.
Ten aanzien van de gele zwaai-, flits-, of knipperverlichting het Artikel 6 uit de staatcourant nr. 38 van 25 februari 2009.
Bij de volgende werkzaamheden of omstandigheden voert een voertuig, indien de kans bestaat dat het voertuig niet tijdig door andere weggebruikers wordt opgemerkt, geel zwaai-, flits- of knipperlicht:
- werkzaamheden ten behoeve van de hulpverlening op of langs de weg met kennelijk daartoe ingerichte motorvoertuigen;
- werkzaamheden ten behoeve van wegen, werken of inrichtingen op, aan, in of boven wegen, daaronder begrepen gladheidbestrijding of sneeuwruimen;
- werkzaamheden met kennelijk daartoe ingerichte motorvoertuigen voor de hulpverlening aan en het repareren of bergen en wegslepen van voertuigen;
- vervoer van ondeelbare lading voor zover het voertuigen betreft waarvoor krachtens het Voertuigreglement ontheffing is verleend inzake de afmetingen van deze voertuigen of hun lading;
- het begeleiden van transporten waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover die begeleiding uit de ontheffing voortvloeit en dit geschiedt met daartoe speciaal uitgeruste voertuigen;
- het begeleiden van militaire colonnes;
- het rijden met landbouw- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid, of daardoor voortbewogen aanhangwagens, die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan 2,60 meter.
Met ingang van 1 maart 2014 bestaat het geel zwaai-, flits- of knipperlicht uit een set gele signaalverlichting; deze voldoet aan ECE reglement 65 en is overeenkomstig dat reglement gecertificeerd.
Tablet in de auto
Voor een veilig gebruik van de tablet in de auto is een onderzoek uitgevoerd door Rienks ARBO dienst. Dit onderzoek heeft geresulteerd in bevindingen en adviezen. Deze adviezen zijn overgenomen en zijn omgezet naar gebruik afspraken. De gebruik afspraken zijn toegelicht aan de OR en zijn uitgewerkt in bijlage 1. Het volledige rapport van de Arbodienst met daarin de bevindingen als ook de adviezen is te vinden in EDO zaak..........
Gebruik telefoon
In het kader van veiligheid is besloten om tijdens het besturen van een rijdende auto geen gebruik te maken van de telefoon, tenzij dit VCNON of spoed betreft.
Dienstkleding
Voorschriften dienstkleding provincie Overijssel 2018 (naar artikel 9.2 CAP)
Dienstkleding en onderscheidingstekens
De ambtenaar draagt tijdens zijn werk de voor die functie of voor bepaalde werkzaamheden voorgeschreven kleding en onderscheidingstekens en houdt zich aan de daarvoor vastgestelde voorschriften.
Omgang met de pers
Weginspecteurs kunnen in aanraking komen met de pers / media. Bijvoorbeeld bij een ongeval waar zij als wegbeheerder optreden, maar ook bij de uitvoering hun dagelijkse werkzaamheden op / langs de weg. Daarbij kunnen zij bevraagd worden op zaken die (politiek) gevoelig zijn. Het is daarom van belang dat de journalist juist doorverwezen wordt binnen de organisatie, maar ook dat ze daarbij de juiste opschalingscriteria gebruiken als dit nodig is. Bijvoorbeeld de teamleider en/of rayon coördinator informeren.
Daarbij sluiten we aan bij het algemene woordvoeringsbeleid: alle persvragen worden doorverwezen naar de woordvoerders. Hoe simpel of ingewikkeld de vraag ook is. De media is hier ook van op de hoogte. Neemt niet weg dat ze het af en toe zullen proberen om het rechtstreeks via een medewerker te vragen.
De woordvoerders zijn bereikbaar via het persnummer:
Overdag: 06-10419901
Buiten kantooruren: 06-18300003.
Als journalisten op die manier contact met opnemen krijgen ze dus 24/7 een woordvoerder te pakken.